- 13-05-2026

Huiselijk geweld en gezag: veiligheid gaat boven co-ouderschap

Jij hebt huiselijk geweld meegemaakt. Maar de rechter praat over co-ouderschap.

Het is een van de meest pijnlijke ervaringen in het familierecht: je hebt huiselijk geweld meegemaakt van je ex-partner, en toch lijkt de procedure zich te richten op ‘gelijkwaardige zorg’ en ‘verbetering van de communicatie’. Alsof het geweld een bijzaak is.

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden trok op 28 augustus 2025 een streep. In een helder en opmerkelijk arrest paste het hof het Verdrag van Istanbul expliciet toe en concludeerde dat de veiligheid van moeder en kinderen vooropstaat. Co-ouderschap en gezamenlijk gezag zijn geen vanzelfsprekend doel als er sprake is van huiselijk geweld.

Wat speelde er in deze casus?

Een moeder en vader gingen in september 2022 uit elkaar, direct nadat de vader de moeder had mishandeld — in het bijzijn van de kinderen. Er waren beeldopnames. De vader werd strafrechtelijk veroordeeld en kreeg aanvankelijk een contact- en locatieverbod.

Ondanks dit alles stelde de rechtbank in eerste aanleg een week-op-week-af regeling vast — de kinderen de ene week bij vader, de andere week bij moeder. Het verzoek van de moeder om eenhoofdig gezag werd afgewezen. De redenering: partijen moesten werken aan hun communicatie en samenwerking.

De moeder ging in hoger beroep. En het gerechtshof koos een radicaal andere koers.

Wat is het Verdrag van Istanbul?

Het Verdrag van Istanbul dat in werking trad in Nederland op 1 maart 2016 is een mensenrechtenverdrag van de Raad van Europa. Het verplicht de overheid om geweld tegen vrouwen actief te voorkomen en slachtoffers te beschermen. Cruciaal voor de familierechtpraktijk: rechters móeten huiselijk geweld expliciet meewegen bij beslissingen over gezag en omgang. De veiligheid van ouder en kind staat centraal.

In de Nederlandse wetgeving over gezag en omgang wordt huiselijk geweld niet met zoveel woorden genoemd als relevante factor. Maar het hof is helder: dat maakt huiselijk geweld niet minder relevant. Het Verdrag van Istanbul geldt, en rechters zijn eraan gebonden.

Wat oordeelde het hof over het huiselijk geweld in deze casus?

Het hof constateerde dat er in de eerdere procedure en door de betrokken hulpverlening onvoldoende oog was geweest voor het huiselijk geweld. In de rapportages werd gesproken van ‘huiselijk geweld tussen ouders’ of ‘strijd als ex-partners’. Dat taalgebruik bagatelliseert wat er werkelijk is gebeurd: de vader heeft de moeder mishandeld. Niet andersom, niet wederzijds.

Bovendien richtte de hulpverlening zich op het verbeteren van de onderlinge communicatie. Een dergelijke aanpak gaat volkomen voorbij aan de machtsdynamiek bij huiselijk geweld. De sturing en begrenzing van het schadelijke gedrag van de vader ontbraken.

Pas laat in de procedure werd een veiligheidstaxatie uitgevoerd. Die wees op acute kindonveiligheid. Het hof concludeerde dat de taxatie veel eerder had moeten gebeuren.

De uitkomst was dan ook anders dan die van de rechtbank:

  • De moeder wordt belast met het eenhoofdig gezag.
  • De zorgregeling wordt beperkt tot één weekend per twee weken bij de vader.

Drie lessen die belangrijk zijn voor gevallen van huiselijk geweld

1. Huiselijk geweld is géén communicatieprobleem.

De neiging van hulpverleners en soms ook rechters om geweld te herformuleren als ‘onderlinge strijd’ of ‘communicatieproblemen’ is begrijpelijk maar schadelijk. Het onttrekt de verantwoordelijkheid aan de pleger en legt de last bij beide ouders. Wie slachtoffer is van geweld, is niet verantwoordelijk voor de ‘slechte communicatie’.

2. Het Verdrag van Istanbul heeft een directe werking.

Als slachtoffer van huiselijk geweld kun je de rechter actief wijzen op het Verdrag van Istanbul. Het verdrag verplicht de rechter tot een expliciete veiligheidsafweging bij beslissingen over gezag en omgang. Dat is geen verzoek. Het is een verplichting.

3. Co-ouderschap is geen doel op zich.

Gelijkwaardig ouderschap is een waardevol uitgangspunt. Máár dit geldt niet wanneer de veiligheid van ouder of kind in het geding is. Het hof maakt duidelijk: in situaties van huiselijk geweld prevaleert veiligheid boven de wens tot co-ouderschap.

Wat als jij huiselijk geweld meemaakt en tegen een vergelijkbare procedure aanloopt?

Ben jij slachtoffer van huiselijk geweld en loop je tegen een procedure aan waarbij co-ouderschap of gezamenlijk gezag als vanzelfsprekend wordt behandeld? Dan is het belangrijk om:

  • Juridisch advies te zoeken bij een advocaat die bekend is met de dynamiek van huiselijk geweld in familierechtelijke procedures.
  • Het geweld zo concreet mogelijk te documenteren: politierapporten, medische verslagen, beeldmateriaal, getuigenverklaringen.
  • Actief te wijzen op het Verdrag van Istanbul en te vragen dat de rechter de veiligheidsafweging expliciet maakt.
  • Een veiligheidstaxatie te laten uitvoeren en er als dat nodig is op aan te dringen dat dit vroeg in de procedure gebeurt.

Wat doe je nu?

Sta jij voor een gezags- of omgangsprocedure terwijl er sprake is van huiselijk geweld in de relatie? Dan verdien je een advocaat die niet alleen de juridische feiten kent, maar ook begrijpt wat er echt op het spel staat: jouw veiligheid en die van je kinderen.

Uitspraak

Deze blogpost is gebaseerd op uitspraak ECLI:NL:GHARL:2025:5305.

Veelgestelde vragen

1. Mag ik een omgangsregeling weigeren als mijn ex huiselijk geweld heeft gebruikt?

 Eigenhandig weigeren is juridisch riskant. Een rechter kan de omgangsregeling wel beperken of afwijzen als de veiligheid van moeder en kind onvoldoende gewaarborgd is. Schakel altijd eerst een advocaat in.

2. Wordt huiselijk geweld wel meegewogen door de rechter bij co-ouderschap?

 In de praktijk gebeurt dit onvoldoende, terwijl omgangsregelingen zoals co-ouderschap of gedeeld gezag soms worden misbruikt om huiselijk geweld voort te zetten. Het Verdrag van Istanbul verplicht rechters hier expliciet rekening mee te houden. De uitspraak van het hof  uit augustus 2025 is een belangrijk signaal dat dit moet veranderen.

3. Kunnen kinderen getuige zijn van huiselijk geweld en toch een omgangsregeling met de pleger hebben? 

Getuige zijn van geweld is zelf ook een vorm van kindermishandeling, maar dat leidt niet automatisch tot ontzegging van de omgang. De rechter weegt altijd het belang van het kind af. Een vroege veiligheidstaxatie is daarbij essentieel.

4. Kan een pleger van huiselijk geweld het gezag over de kinderen behouden? 

Dat is mogelijk, maar een strafrechtelijke veroordeling en bewezen geweld zijn zwaarwegende factoren voor de rechter. Beëindiging van het gezag vereist een concrete juridische onderbouwing. Eenhoofdig gezag is geen automatisch gevolg, maar wel degelijk haalbaar.

5. Wat is het verschil tussen co-ouderschap weigeren en eenhoofdig gezag aanvragen? 

Co-ouderschap gaat over de verdeling van zorg- en opvoedtijd; gezag gaat over wie beslissingen mag nemen. Je kunt eenhoofdig gezag hebben én toch een omgangsregeling voor de andere ouder. In situaties van huiselijk geweld is het vaak verstandig om beide apart bij de rechter aan te pakken.